Als de kraaien zo goddelijk sluw
Zo poëtisch gewiekst bijna
Tegen de wind vechten
Dit is een dag god dit is een dag
Die ik zou willen schilderen

Ik leef zo op het randje af
Zo uitzinnig soms
Dat ik spreek en schrijf buiten mijn reikwijdte
Woorden plonsend in het koningswater van het papier
En hoorbaar oplossend tot het lied van de windjammer

Op de middag in het dode uur van de vogels
Als de zon huilebalkt
Loop ik tussen meeuw en mol
Te wachten
Op de volgende aanval van poëzie

En als de winddoorn weer
Mijn vingers en tenen vreet
Vertel ik andere dingen dan ik weet
Met de stuiptrekkende februarilijster in mijn hand
En vloekend naar de zwevende milaan
Die haar ogen uitpikte.

 

Robin Hannelore

 

gogh

AIzaSyCUsTyREqCVmPIrrN3owHUcYN1-YAaqDnY