Soms heb je van die boeken die je in een keer uit leest. “En uit de bergen kwam de echo” is er zo een. Het verhaal begint Afghanistan in de jaren 50 met een vertelling van een vader aan zijn kinderen die je meteen nieuwsgierig maakt naar de afloop van het boek. Een zeer pijnlijk verlangen dat aan me bleef knagen totdat ik eindelijk bij het laatste hoofdstuk was.

Ooit in een grijs verleden moest ik op de middelbare school een complete boekenlijst vol lezen. Opdracht daarbij was om de zogenaamde ‘parallellen’ in het verhaal te vinden. Een zoektocht naar de diepere lagen die de auteur (met opzet) in het boek had aangebracht. Als die diepere laag er niet in zat dan was het dus ook per definitie geen literatuur. Dat zogenaamde zoeken naar de kern vergalde destijds mijn leesplezier compleet. Het heeft na mijn middelbare schooltijd nog jaren geduurd voor ik weer een boek op kon pakken er weer gewoon kon genieten van een verhaal.

En nu.. op 48 jarige leeftijd… moet ik mijn docent een excuus maken! Ik denk dat ik het na het lezen van dit boek eindelijk snap. Dit boek schreeuwt pagina’s lang dat ene woord dat nergens genoemd kan worden. Dat ene woord dat de schrijver niet uit kon spreken: verraad! Als ik dit boek destijds had kunnen lezen dan had ik eerlijk en met een gerust hart tegen mijn docent Nederlands kunnen zeggen: vergeet die andere boeken! ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’ van Couperus, ‘De Avonden’ van Gerard Reve… ik heb ze niet gelezen. Harry Mulisch? … een knoeier!  Maar dat geeft niet want ik heb Dit Boek. En door Dit Boek begrijp ik literatuur!

“Ze zeggen me dat ik in wateren moet waden waarin ik spoedig zal verdrinken. Voor ik erin loop, wil ik op de oever dit voor je achterlaten. Ik bid dat je het zult vinden, zus, opdat je weet wat er in mijn hart leefde toen ik onderging”.

Bovenstaand citaat is het enige juiste en briljante antwoord op de niet-gestelde vraag in hoofdstuk 1.

En-uit-de-bergen-kwam-de-echo

 

AIzaSyCUsTyREqCVmPIrrN3owHUcYN1-YAaqDnY