Genbaku Domu

Genbaku Domu

Ik heb mijn pelgrimstocht even onderbroken om Hiroshima te kunnen bezoeken; een langgekoesterde wens. Vanaf Matsuyama in Shikoku was het twee uur met de boot en nog een half uurtje met de tram. Ik kwam vrij laat aan en besloot eerst een hotel te pakken en de volgende dag de atoombomkoepel (Genbaku Domu) te bezoeken. Het is een van de weinige grotere gebouwen die overeind zijn blijven staan na de atoombomaanval op Hiroshima van 6 augustus 1945, ondanks het feit dat het gebouw zich op 160 meter van de explosie bevond. Het overeind blijven wordt toegeschreven aan het feit dat de bom op een hoogte van 580 meter tot ontploffing werd gebracht en het gebouw daardoor ‘in mindere mate’ horizontale drukverschuivingen onderging.    Op de plaats waar de atoombom ontplofte vind je nu het vredespark met het vredesmonument en een museum. In het museum staan vooral de verhalen centraal. Verhalen van de levenden en de doden. En van de levende doden. Ik vond het zeer aangrijpend, hetgeen in groot contrast leek te staan met de daar aanwezige japanners, voor wie de Genbaku Dome gewoon de volgende tramhalte is. Natuurlijk is dat schijn. De atoombom heeft wonden geslagen die nog steeds niet geheeld zijn. De bom heeft er ook voor gezorgd dat de Japanners zich nog steeds als slachtoffer van de 2e Wereldoorlog zien en niet als dader. Vreemd genoeg worden ook de Japanse slachtoffers van de bom (de Hibakusha) gediscrimineerd. Ze hebben op zich veel rechten, maar worden nog wel door hun landgenoten met de nek aangekeken. Iets dat nauwelijks te verklaren valt. De volgende dag ben ik met de...
Yūjin

Yūjin

Op 10 maart heb ik bij tempel 63 Hayate Yuyama ontmoet. Hij wilde alles van me weten en schreef het ook op. Toen ik hem op lunch trakteerde werd hij een vriend voor het leven. Ik kreeg zijn telefoonnummer zodat ik hem altijd kon bellen in nood. Niet dat het werkt, want in het telefoonnummer zitten een paar rare symbolen, maar het gaat om het idee. Het is eerlijk en echt. Bij dezelfde tempel ontmoette ik ook een andere jongen, Noriyuki. Hij viel op omdat hij met een metalen koe aan zijn rugzak rondliep. We hebben een tijdje gesproken over wat ons bewoog om de pelgrimsroute te lopen. Hij wil later priester worden in een boeddhistische tempel en liep de route nu voor de derde keer achter elkaar. Hij had er dus al een goede 3000 km opzitten. Best ruig als je bedenkt dat hij alleen in Tsuyado (armenverblijf in de tempel) en buiten zonder tentje overnacht. De volgende dag kwam ik hem weer tegen in de tsuyado bij tempel 66. Daar ook gevraagd naar het hoe en waarom van de koe. Als ik hem goed begreep zit daar de as van zijn overleden moeder in, maar helemaal zeker ben ik er niet van. Op de pelgrimsroute is het een goede gewoonte om Ofuda uit te wisselen. Ofuda (zie de afbeeldingen onder) zijn een soort pelgrimsnaamkaartjes. Als je van iemand een geschenk hebt gekregen (en dat kan zowel materieel als immaterieel zijn) dan geef je iemand je Ofuda. Ook laat je ter verering van Kobo Daishi je Ofuda achter in een speciaal daarvoor bestemde box in de tempel. Er...
De kunst van het loslaten

De kunst van het loslaten

Voor vertrek vroeg mijn chef of ik tijdens mijn tien weken verlof mijn werk wel helemaal los zou kunnen laten. “Geen enkel probleem”, antwoordde ik. Nog geen week in Japan had ik een rondleiding in een dagbestedingslocatie voor verstandelijk beperkten gekregen en had ik ook even een filmpje opgenomen over vrije tijd voor een presentatie in het regio-overleg. Loslaten zit voor mij niet in het ‘krampachtig niet aan je werk proberen te denken’. Bovendien vind ik mijn werk sowieso niet vervelend om aan te denken. Ik heb er juist veel plezier in. De gedachte dat je  je werk los zou moeten laten is het gevolg van een soort populistische mindset waarbij je vooral algemeen geaccepteerde dingen denkt of zegt maar niet meer probeert te voelen wat je werkelijk ervaart. Deze manier van beschouwen gaf me direct een groter gevoel van mentale vrijheid en onafhankelijkheid. Of het dan toeval is dat ik op weg naar tempel 17 aangehouden wordt door een wat oudere man in een Mercedes die mij uitnodigt mee te komen voor een kop thee en die dan ook nog eens directeur van een school en dagverblijf voor verstandelijk gehandicapten blijkt te zijn zal ik nooit weten. Feit is dat Taishin Sogabe nooit eerder pelgrims had uitgenodigd in zijn school en dat hij aangenaam verrast was dat ik de knuffels van de cliënten niet afweerde maar er juist open voor stond. Het voelde ook als een warm bad. In mijn eerste week in Japan had ik mij soms toch eenzaam gevoeld maar te midden van deze jongens en meisjes voelde ik mij bijna een beetje thuis. Na het...
Vending Machines

Vending Machines

Een bijzonder cultureel verschijnsel in Japan zijn de Vending Machines. Ze bestaan al sinds de jaren ’50 en het is niet te geloven wat er allemaal in verkocht wordt. Deze automaten staan langs de kant van de weg. In de stad, in de bergen, langs de oceanen; je komt ze overal tegen. De meeste automaten bevatten drankjes (o.a. warme koffie). Milieuvriendelijk zijn ze niet echt want één machine gebruikt per dag evenveel stroom als een gemiddeld huishouden. Toch is het fijn dat je, voordat je aan een zware beklimming begint, nog even Aquarius of andere sportdrank uit een automaat kan halen. Echt heel erg handig, vooral in de afgelegen gebieden. Natuurlijk vroeg ik me af waarom we deze apparaten dan in Nederland niet hebben. Het antwoord is denk ik dat de apparaten in Nederland binnen de kortste keren geramkraakt zouden worden; iets dat in Japan echt ondenkbaar is. En je kunt het zo gek niet bedenken of het zit wel in een machine. Zo heb ik o.a. noodles, inktvisringen, mobieltjes, maandverband, boeddhistische amuletten, visaas, fietsen, sigaretten, zakdoekjes, rijstmaaltijden, mangaboekjes, videogames, ijsjes, bossen bloemen, paraplu’s en horloges in automaten aangetroffen. Fijn is dat de apparaten soms ook tegen je praten. Vooral op eenzame dagen is dat een welkome verassing. Ze hebben er in Japan 5 miljoen dus je komt er altijd wel eentje tegen. Zelfs op de top van de Mount Fuji schijnt er een te staan. Wel weer bijzonder is dat ze alleen werken op cash geld.        ...
Osettai

Osettai

Een traditioneel onderdeel van de pelgrimstocht is Settai of Osettai (dat laatste is iets formeler). Het is het gebruik van het geven van geschenken aan pelgrims. Meestal door de locale bevolking, maar soms ook tussen pelgrims onderling. Het kan echt uit van alles bestaan. Meestal gaat het om voedsel, maar soms ook om immatriële zaken (een lift, een overnachting of een reservering die ze voor je maken). Van de ontvanger van het geschenk wordt volgens de traditie verwacht dat hij het geschenk accepteert. Weigeren is echt not done. Tevens is het ook gebruik dat de ontvanger van de Osettai in de eerstvolgende tempel de schenker in zijn gedachten meeneemt bij zijn gebeden en rituelen. Wat de Osettai ook is, de aard ervan is in wezen onbelangrijk. Het gaat om de oefening in onzelfzuchtig geven en dankbaar ontvangen. Diep buigen, liefst meerdere keren, als je iets krijgt wordt zeer gewaardeerd. Tijdens mijn pelgrimstocht heb ik vele Osettai ontvangen en bijzonder genoeg was dat vaak op de momenten dat ik ze het hardst nodig had. Na een tijdje krijg je dan toch het gevoel dat Kobo Daishi, de grondlegger en patroon van de pelgrimstocht, over je waakt. Aan de andere kant bracht het ontvangen van Osettai me ook wel eens in verlegenheid. Zo kreeg ik van een zeer vriendelijke vrouw een grote papieren kalender van 2015 en een supermarktfolder met groenten in de aanbieding. Het was eerlijk gezegd nog wel even leuk om met haar door te nemen welke groenten we in Nederland ook hebben en wat de Japanse naam ervoor is, maar met nog 1000 km te gaan een grote...
AIzaSyCUsTyREqCVmPIrrN3owHUcYN1-YAaqDnY